Opties in vogelvlucht

Opties in vogelvlucht

 

Opties zijn een veelzijdig instrument.
Goede kennis van mogelijkheden en risico’s is een belangrijke voorwaarde om verantwoord met opties te kunnen werken.

Onderstaand biedt een snelle, beknopte inleiding in de beginselen van opties. U leert wat een optie is, wat de kenmerken zijn van een optie en wat een belegger kan doen met een optie.

Download - Opties in vogelvlucht

Optie, call en put

Een optie is het recht een onderliggende waarde te mogen kopen of verkopen gedurende een bepaalde periode tegen een vooraf afgesproken prijs. Er zijn twee soorten opties: callopties en putopties.

CALLOPTIE: kooprecht

PUTOPTIE: verkooprecht

De koper van een calloptie krijgt het recht een onderliggende waarde te kopen gedurende een bepaalde periode, tegen een afgesproken prijs.

De koper van een putoptie krijgt het recht een onderliggende waarde te verkopen gedurende een bepaalde periode, tegen een afgesproken prijs.

Voor het verkrijgen van het recht betaalt de koper een premie.

Koper en schrijver

Tegenover de koper van een optie die een recht heeft tot kopen of verkopen, staat de schrijver van de optie die een verplichting aangaat. Bij een calloptie verplicht de schrijver zich de onderliggende waarde te leveren, bij een putoptie heeft hij de plicht de onderliggende waarde af te nemen.

De schrijver moet aan zijn verplichting voldoen als hij een aanwijzing krijgt. Dat gebeurt als de koper zijn optie uitoefent.

CALLOPTIE PUTOPTIE
KOPER SCHRIJVER KOPER SCHRIJVER
kooprecht leverplicht verkooprecht afnameplicht

De opties die men verhandelt op de optiemarkten van Euronext zijn gestandaardiseerd. Dat wil zeggen dat de beurs vooraf vastlegt:

  • waarop de optie betrekking heeft (de onderliggende waarde);
  • de prijs waartegen de koper de onderliggende waarde kan kopen of verkopen (de uitoefenprijs);
  • de periode dat de optie geldig is (de looptijd).

Deze begrippen liggen vast in de contractspecificaties van de optie.

Door diverse omstandigheden, zoals aandelensplitsingen of claimemissies, kunnen de contractspecificaties gedurende de looptijd een aanpassing ondergaan.

Onderliggende waarde

Op de optiemarkten van Euronext zijn er opties op aandelen, indices, valuta’s en ETF’s. Iedere optie heeft betrekking op een vaste hoeveelheid onderliggende waarde. Zo heeft een aandelenoptie op de Amsterdamse en de Brusselse optiemarkt betrekking op 100 aandelen.

De Parijse optiemarkt biedt opties met 10 of 100 aandelen als onderliggende waarde. Bij een indexoptie heeft elk indexpunt een vaste waarde in euro. We gaan voor het gemak in deze brochure verder met de uitleg aan de hand van een aandelenoptie met een onderliggende waarde van 100 aandelen.

Looptijd

Elke optie kent een bepaalde looptijd. Er zijn verschillende afloopmaanden in notering zodat de looptijd kan variëren van één dag tot en met vijf jaar. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een aandeel, dat in principe een onbepaalde looptijd kent, is er bij opties dus altijd sprake van een beperkte looptijd.

Een optie met een initiële looptijd van een maand of langer loopt af (expireert) op de derde vrijdag van de afloopmaand. Voor dag- en weekopties geldt een andere regel. Na de expiratie van een afloopmaand wordt, afhankelijk van het introductieschema, een nieuwe afloopmaand in notering genomen. Uw bank of broker kan u precies vertellen wanneer uw optie afloopt en tot welk tijdstip u uw optie kunt verhandelen of uitoefenen.

Uitoefenprijs

De uitoefenprijs is de prijs waartegen de koper van een optie de aandelen mag kopen of verkopen en waartegen de schrijver moet verkopen of afnemen. De belegger heeft de keuze tussen verschillende uitoefenprijzen die door de beurs worden bepaald.

Voorbeeld: een aandeel noteert bij de introductie van een nieuwe afloopmaand € 29,70. Dan zullen in principe vijf uitoefenprijzen die rond die koers liggen in de notering komen.

De regels van de beurs staan toe tussentijds uitoefenprijzen toe te voegen als de koersontwikkeling van het aandeel daartoe aanleiding geeft.

Mogelijkheden voor koper en schrijver

De koper van een optie kan drie dingen doen met zijn recht:

  • uitoefenen;
  • laten aflopen;
  • doorverkopen.

De schrijver kan twee dingen doen:

  • de optie laten aflopen (hij loopt dan wel de kans aan zijn plicht te moeten voldoen);
  • de geschreven optie terugkopen.

Dit laatste zal hij doen in het geval hij tussentijds van zijn verplichting af wil.

Voor meer informatie over uitoefenen en aanwijzen kunt u terecht bij uw bank of broker.

Handel in de praktijk

Kopers en schrijvers kunnen via hun bank of broker iedere beurshandelsdag optieposities openen en sluiten.

Daarbij kunnen zij profiteren van de voordelen die de optiemarkten van Euronext bieden. Zoals:

  • een uniek marktmodel dat de vlotte verhandelbaarheid van opties verhoogt;
  • volle schermen met bied- en laatkoersen;
  • concurrerende prijzen;
  • liquiditeit;
  • het ontbreken van tegenpartijrisico door het gebruik van centrale clearing.

Voor beleggers betekent dit dat zij naast een goede uitvoering op een liquide en professionele markt ook de zekerheid hebben datgene te krijgen waarop zij met hun optie recht hebben.

Amerikaanse stijl en Europese stijl

Bij opties Amerikaanse stijl kan de koper het recht op elk moment gedurende de looptijd uitoefenen; bij opties met de Europese stijl kan hij dit alleen op de expiratiedag. Handel in opties is gedurende de gehele looptijd mogelijk bij zowel Amerikaanse als Europese stijl. Het verschil tussen de beide stijlen betreft dus het moment waarop de koper zijn recht kan uitoefenen.

De aandelenopties op de Amsterdamse en Brusselse optiemarkt hebben de Amerikaanse stijl. Op de Parijse optiemarkt zijn er zowel aandelenopties met Amerikaanse stijl (met onderliggende waarde 100 aandelen) als met Europese stijl (met onderliggende waarde 10 aandelen). De indexopties en de valutaopties op deze beurzen hebben de Europese stijl.

Premie

De koper van de optie betaalt voor het verkrijgen van het recht aan de schrijver een bedrag: de optiepremie.

Bij aandelenopties geeft men de premie weer per één aandeel. Dit noemt men de noteringseenheid. Bij een contractgrootte van 100 aandelen moet men voor een optiecontract dus 100 x de premie betalen. Bedraagt de premie voor een optie € 0,70 dan is men 100 x € 0,70 = € 70 verschuldigd voor het optiecontract.

Wanneer we praten over de premie van de optie, dan hebben we het over de som van twee zaken: intrinsieke waarde en tijdwaarde.

OPTIEPREMIE =
Intrinsieke waarde + tijdwaarde

De intrinsieke waarde van een calloptie is de koers van de onderliggende waarde minus de uitoefenprijs; de intrinsieke waarde van een putoptie is de uitoefenprijs minus de koers van de onderliggende waarde. Wanneer de uitkomst van de berekening een negatief getal oplevert, wordt de intrinsieke waarde gelijk gesteld aan nul.

Een overzicht van de intrinsieke waarde van een calloptie en een putoptie met de uitoefenprijs 40:

CALL KOERSAANDEEL PUT
4 44 0
2 42 0
0 40 0
0 38 2
0 36 4

De premie van een optie is meestal hoger dan de intrinsieke waarde. Als de koers van het aandeel € 42 bedraagt, dan kan de premie van een call 40 bijvoorbeeld € 2,60 bedragen. Van deze € 2,60 is € 2,00 intrinsieke waarde. De resterende € 0,60 noemt men tijdwaarde. De rentestand, de resterende looptijd, de beweeglijkheid van het aandeel en het dividend bepalen de hoogte van de tijdwaarde.

Naarmate de (resterende) looptijd van de optie langer is, bestaat er meer kans dat een optie (meer) intrinsieke waarde krijgt.

De tijdwaarde zal dus hoger zijn naarmate de resterende looptijd langer is. Zij neemt af met het verstrijken van de looptijd (tijdserosie). Dit proces versnelt naarmate de afloopdatum dichterbij komt. Aan het eind van de looptijd zal de optiepremie gelijk zijn aan de intrinsieke waarde.

Een zeer belangrijke factor in de tijdwaarde is de beweeglijkheid of volatiliteit van een aandeel. Een sterke beweeglijkheid van een aandeel zal normaliter resulteren in een hogere optiepremie, een geringe beweeglijkheid normaliter in een lagere optiepremie.

Het uitkeren van dividend leidt theoretisch tot een daling van de koers van het aandeel op de ex-datum. Dit heeft mogelijk invloed op de premie van calls en puts.

Risico en rendement

De koper van een optie kan maximaal het bedrag verliezen van de betaalde premie. De winst kan echter flink oplopen, afhankelijk van de beweging van het aandeel.

Over het risico van de schrijver is nog iets meer te zeggen. Zo maakt het veel uit of de schrijver van een calloptie een ‘gedekte’ of een ‘ongedekte’ positie is aangegaan. Men spreekt van een gedekte positie als de schrijver bij een calloptie de aandelen bezit die hij moet leveren in het geval hij zijn verplichting moet nakomen. In dat geval kan hij alleen koerswinst missen. Dat doet hij als de koers van het aandeel uitstijgt boven de som van de uitoefenprijs en de ontvangen premie.

Heel anders ligt het in het geval er ongedekt is geschreven. Als de koers van het aandeel fors boven de uitoefenprijs stijgt en de schrijver een aanwijzing krijgt om aan zijn verplichting te voldoen, dan zal hij op de effectenbeurs de aandelen tegen de hogere koers moeten kopen en tegen de (lagere) uitoefenprijs moeten leveren. Daarbij kunnen grote verliezen ontstaan. Daarom zal de bank of broker een zekerheid (margin) verlangen.

Long en short

Long staat voor kopen, short voor schrijven. Een belegger die een calloptie koopt, creëert een longpositie in die call; de schrijver van de calloptie krijgt een shortpositie in die call. Hetzelfde geldt voor de putoptie. De koper krijgt een longpositie, de schrijver een shortpositie.

LONG = kopen
SHORT = schrijven

Toepassingsmogelijkheden

De mogelijkheden die opties bieden bij het beheer van een beleggingsportefeuille zijn veelvuldig. Afhankelijk van de verwachtingen ten aanzien van de onderliggende waarde, kiezen beleggers voor een bepaalde strategie die kan bijdragen tot het behalen van de gewenste doelstellingen.

In het kort de basisstrategieën bij een bepaalde doelstelling:

Profiteren van een stijging van het aandeel Kopen calloptie
Profiteren van een daling van het aandeel Kopen putoptie
Beschermen van de aandelenportefeuille Kopen putoptie
Extra rendement op aandelenbezit Schrijven calloptie
Verlagen aankoopprijs aandelen Schrijven putoptie
Vastleggen aankoopprijs aandelen op termijn Kopen calloptie

Voorbeelden van toepassingen

In de voorbeelden gebruiken we het fictieve aandeel ABC en laten we de provisiekosten buiten beschouwing. Het
spreekt voor zich dat u in de praktijk wel deze kosten in uw berekeningen moet meenemen.

Behalen van koerswinst bij een koersstijging van het aandeel

We vergelijken de rendementen van een aandelentransactie en een optietransactie bij het inspelen op een verwachte koersstijging van het aandeel ABC dat op 12 december € 40,50 noteert en op 28 januari € 48.

AANDELENTRANSACTIE
12 december: aankoop 100 aandelen à € 40,50 € 4.050
28 januari: verkoop 100 aandelen à € 48 € 4.800
Winst: 100 x (€ 48 - € 40,50) € 750
Rendement: 19%

 

OPTIETRANSACTIE
12 december: aankoop 1 call mrt 40 à € 3,75 € 375
28 januari: verkoop 1 call mrt 40 à € 8,20 € 820
Winst: 100 x (€ 8,20 - € 3,75) € 445
Rendement: 119%

Behalen van winst bij een koersdaling van het aandeel
Uitgangspunt bij de volgende optietransactie is het omzetten van de daling van het aandeel in winst. We gaan uit van een koers op 12 december van € 40,50 en een koers van € 35,40 op 14 januari.

OPTIETRANSACTIE
12 december: aankoop 1 put mrt 40 à € 1,45 € 145
14 januari: verkoop 1 put mrt 40 à € 4,70 € 470
Winst: 100 x (€ 4,70 - € 1,45) € 325
Rendement: 224%

Beschermen aandelenportefeuille tegen gevolgen koersdaling

Laten we het vorige voorbeeld nog een keer bekijken, maar nu vanuit het standpunt van een aandeelhouder die 100 aandelen ABC bezit. Hij voorziet de koersdaling en wil zijn aandelen beschermen tegen de gevolgen ervan. Ook hij koopt de put maart 40. Die optie geeft hem het recht zijn aandelen tot en met de derde vrijdag van maart te verkopen voor € 40 per stuk.

Zoals we zagen daalde de koers van het aandeel naar € 35,40. De belegger zou nu zijn recht kunnen uitoefenen en de aandelen verkopen voor € 40 per aandeel. Omdat hij voor het recht € 1,45 betaalde, bedraagt de effectieve verkoopprijs dan (€ 40 - € 1,45) € 38,55. Per saldo levert hij (€ 40,50 - € 38,55) € 1,95 in op de waarde van het aandeel.

Zou hij de put niet hebben gekocht, dan was de waardedaling op dat moment (€ 40,50 - € 35,40) € 5,10 geweest.

Verkrijgen van extra inkomen op in bezit zijnde aandelen

Een belegger bezit 100 aandelen ABC die op 12 december € 40,50 noteren. Hij denkt dat de koers van het aandeel de komende tijd niet veel zal stijgen. Mocht dat toch het geval zijn, dan neemt hij genoegen met een verkoopprijs van € 44. Daarom besluit hij zich te verplichten zijn aandelen te verkopen voor € 44. Hij schrijft de call mrt 44 die op dat moment € 1,20 noteert.

Hij ontvangt dan 100 x € 1,20 = € 120.

Bij expiratie zijn er de volgende mogelijkheden:

DE KOERS VAN HET AANDEEL LIGT BENEDEN € 44
  • De koper van de calloptie oefent zijn recht niet uit.
  • De schrijver hoeft niet aan zijn verplichting te voldoen.
  • Hij behoudt zijn aandelen en de ontvangen premie heeft hem extra inkomen opgeleverd.

 

DE KOERS LIGT OP EXPIRATIE BOVEN DE € 44
  • De schrijver moet de aandelen leveren voor € 44.
  • Door de ontvangen premie is de effectieve verkoopprijs van de aandelen € 45,20.

De aankoopprijs van aandelen verlagen

De volgende toepassing heeft tot doel aandelen goedkoper te verwerven dan tegen de huidige koers. De koers
van ABC is € 40,50 en een belegger wil graag 100 aandelen kopen. Alleen vindt hij de prijs te hoog. Hij wil eigenlijk maximaal € 40 betalen voor de aandelen.
De belegger schrijft een put mrt 40 en neemt daarmee de plicht op zich tot en met de derde vrijdag van maart 100 aandelen ABC af te nemen tegen € 40 per aandeel. De premie voor deze opties bedraagt op dat moment € 1,35, zodat hij voor het schrijven € 135 ontvangt.

Bij expiratie zijn er de volgende mogelijkheden:

DE KOERS VAN HET AANDEEL LIGT BOVEN € 40
  • De schrijver zal geen aandelen ontvangen omdat de koper geen gebruik maakt van zijn recht.
  • De schrijver behoudt zijn ontvangen premie.

 

DE KOERS VAN HET AANDEEL LIGT OP EXPIRATIE ONDER € 40
  • De koper zal zijn recht uitoefenen en de schrijver ontvangt de aandelen voor een effectieve aankoopprijs van (€ 40 - € 1,35) € 38,65.

 

Download - Opties in vogelvlucht