Callopties en dividend

Besluit de Algemene Vergadering van Aandeelhouders dat een dividend beschikbaar wordt gesteld, dan profiteren alleen aandeelhouders daarvan. Beleggers die callopties bezitten krijgen geen dividend. Zij hebben een contract dat hun het recht geeft aandelen te kopen, maar de aandelen zelf bezitten ze niet. Bovendien is het niet de onderneming die opties uitgeeft, maar de optiebeurs. Eigenlijk heeft de onderneming niets te maken met optiebeleggers. Pas na uitoefening van de calloptie is de optiebelegger aandeelhouder en kan hij meedelen in dividenduitkeringen.

Snel uitoefenen
Toch kunnen optiebeleggers gevolgen ondervinden van dividend. De waarde van de onderliggende aandelen verandert namelijk door een dividenduitkering. Na zo'n uitkering noteert het aandeel ex  dividend. In de regel is de ex dividendnotering de waarde van het aandeel voordat dividend werd uitgekeerd, verminderd met het bedrag van het dividend. Met andere woorden: een aandeel kost € 38, er wordt € 1 dividend uitgekeerd en het aandeel kost ex dividend € 37. Heeft iemand een calloptie die recht geeft om de aandelen voor € 32 te verwerven, dan is de situatie als volgt. Vóór het dividend kon de belegger aandelen kopen voor € 32, die eigenlijk € 38 waard waren. Zijn winst is € 6 per aandeel. Deze € 6 noemt men ook wel de intrinsieke waarde. Ná het dividend kan de belegger aandelen kopen voor € 32, die eigenlijk € 37 waard zijn. De intrinsieke waarde van het contract is dan dus € 5 per aandeel. Omdat optiecontracten in Nederland altijd betrekking hebben op 100 aandelen, gaat het hier om het verschil tussen € 600 en € 500. Je zou dus geneigd zijn te zeggen: snel uitoefenen dat optiecontract om het dividend mee te pakken. Na het dividend kun je het optiecontract goedkoper terugkopen. Zoals het voorbeeldje hierboven laat zien bevat het contract ex dividend minder intrinsieke waarde, dus is de premie voor de optie ook lager geworden. Twee voordelen: je stopt een dividenduitkering in je zak en met minder geld koop je een optiecontract met dezelfde onderliggende waarde, tijdsduur en uitoefenprijs. Uiteraard moet u bij uitoefening van de optie wel € 3200 beschikbaar hebben om 100 aandelen à € 32 te kunnen kopen. De aandelen kunt u na de dividenduitkering natuurlijk wel meteen weer verkopen.

Resterende looptijd
Nu is bovenstaand voorbeeld van een bloedstollende eenvoud. Ervaren optiebeleggers zullen onmiddellijk vragen: waar is hier de tijd- en verwachtingswaarde gebleven? Daarin hebben ze gelijk. In het voorbeeld gingen we alleen maar uit van de intrinsieke waarde die direct samenhangt met de waarde van de onderliggende aandelen. De tijd- en verwachtingswaarde is het deel van de optiepremie dat wordt bepaald door de resterende looptijd van het contract en de beweeglijkheid van het onderliggende aandeel. Heeft een contract nog een lange tijd te gaan en is het aandeel behoorlijk volatiel, dan is de tijd- en verwachtingswaarde aanzienlijk. In zo'n geval kan de dividenduitkering een naar verhouding vrij geringe invloed hebben op de waarde van het optiecontract. Maar loopt een optiecontract op zijn eind en is het in-the-money, dan is juist de intrinsieke waarde essentieel. De intrinsieke waarde van callopties is eenvoudig uit te rekenen volgens de som: de koers van de onderliggende waarde min de uitoefenprijs. Het resterende deel van de waarde van het contract is dan de tijd- en verwachtingswaarde.

Belasting en kosten
Niet alleen de tijd- en verwachtingswaarde lieten we buiten beschouwing, maar in het voorbeeld gingen we verder voorbij aan dividendbelasting. Ook de kosten van uitoefening bleven buiten beeld, net zoals kosten die de intermediair in rekening brengt. Beslissen of en wanneer het aantrekkelijk is om een optiecontract uit te oefenen vergt dus veel meer rekenwerk dat ons voorbeeld doet vermoeden. Bovendien: in het voorbeeld is de optie duidelijk in-the-money. Het contract heeft waarde omdat de calloptie het recht geeft aandelen goedkoper te kopen dan ze waard zijn. Maar hoe zit het dan met at-the-money contracten waarbij koers en uitoefenprijs geheel of nagenoeg gelijk zijn? En speelt dividend nog een rol als een contract out-of-the-money is, wat wil zeggen dat het aandeel minder waard is dan de koers waartegen je het met een calloptie mag aanschaffen en de intrinsieke waarde dus nul is?

Overwegingen
Er zijn veel situaties denkbaar en daarom kunnen we u slechts enkele algemene overwegingen meegeven. Bij twijfel, of wanneer u het rekenwerk liever aan een ander overlaat, kunt u het best contact opnemen met uw beleggingsadviseur.

Het uitoefenen van callopties vlak voordat het fonds ex dividend gaat is alleen interessant bij callopties die deep in-the-money zijn. Zoals we zagen bij het voorbeeld aan het begin van dit artikel werkt het effect van het dividend dan voor 100% door in de intrinsieke waarde. Als u uw optiecontract niet wilt uitoefenen, dan kunt u het verkopen voordat het fonds ex dividend gaat. Het contract kunt u daarna weer terugkopen nadat dividend is uitbetaald. U mist nu de opbrengst van het dividend, maar die is verrekend in de lagere aankoopprijs van de calloptie na het dividend. Die prijs is lager omdat de intrinsieke waarde is verminderd. Vanzelfsprekend bent u met het verkopen en aankopen van een optiecontract geen 15% dividendbelasting verschuldigd en ook geen uitoefenkosten, maar wel transactiekosten. Bij opties die at-the-money noteren is het effect van het dividend op de intrinsieke waarde ongeveer 50%. Het is zeer de vraag of de kosten van uitoefenen opwegen tegen de verwachte winst. Het is in dit geval ook belangrijk te weten hoeveel tijd- en verwachtingswaarde er nog in het optiecontract zit. Bij opties die out-of-the-money noteren ondervindt de intrinsieke waarde geen effect van het dividend. Zijn ze far out-of-the-money dan bestaat de waarde slechts uit tijd- en verwachtingswaarde en die wordt nu eenmaal niet beïnvloed door dividend.

NextUpdate Maart 2010