Door Ton Ruitenburg, Senior Officer Retail Relations Benelux
De recente uitspraken van FED-president Ben Bernanke over het afbouwen van steunoperaties hebben geleid tot een hogere obligatierente. Niet vreemd, want de FED koopt met haar QE-programma (quantitative easing) maandelijks voor maar liefst 85 miljard USD onder andere obligaties op en houdt zodoende de koers van obligaties hoog, de rente laag en brengt extra geld in omloop. De Nederlandse Staat merkte direct de gevolgen van de voornemens van de FED.Voor een 10-jaars staatobligatie betaalt de overheid momenteel ruim 2% rente, terwijl dit een maand geleden nog 1,5% was. De hogere vergoeding maakt het bezit van obligaties voor beleggers aantrekkelijker. En dat brengt ons bij de vraag waarom obligaties zo populair zijn onder particuliere en professionele beleggers.
Natuurlijk speelt de jaarlijkse rentevergoeding (de couponrente) een belangrijke rol. Hoe meer die uitsteekt boven bijvoorbeeld de rente die men krijgt op een spaarrekening, hoe interessanter een obligatie met een hoge(re) rente wordt. Dit zal normaliter leiden tot een koersstijging van de obligatie. Toch is dit niet zozeer de reden waarom de meeste beleggers een obligatie kopen. Zekerheid is het belangrijkste woord. Hoewel er tussentijds koersschommelingen zijn, krijgt u bij een reguliere obligatie aan het einde van de looptijd het oorspronkelijke bedrag bij uitgifte (de nominale waarde) weer retour. Maar zijn dit de enige redenen waarom particuliere beleggers obligaties willen hebben?
Wat dacht u van de mogelijkheid om met speciale obligaties renterisico’s af te dekken of juist in te spelen op verwachte ontwikkelingen in de marktrente? In het laatste geval koopt u obligaties juist niet voor zekerheid, maar wilt u inspelen op een marktvisie en verdienen aan koersstijgingen of -dalingen van obligaties. Ook zijn obligaties zeer geschikt om diversificatie aan te brengen in de portefeuille. In een normale markt stijgen obligaties namelijk wanneer aandelenkoersen dalen. Veel professionele beheerders hanteren portefeuilles die in een bepaalde verhouding zijn opgebouwd uit aandelen en obligaties om zo de risico’s te verminderen.
Een andere reden die we nogal eens horen van beleggers is dat de keuze voor obligaties is gebaseerd op de gedachte dat obligaties geen of weinig risico kennen. Dat is niet waar. Er zijn wel degelijk risico’s verbonden aan obligatiebezit. Denkt u bijvoorbeeld aan renterisico en debiteurenrisico. U hebt net gelezen dat obligatiekoersen reageren op wijzigingen in de rente. Hoe langer de looptijd, hoe sterker dat effect. Zo daalden sommige langlopende obligaties in 2008 met wel 50% en zagen we juist in de afgelopen jaren waarin de rente daalde obligaties tot grote hoogte stijgen. Op het debiteurenrisico komen we zo terug.
Misschien lopen we met het bovenstaande wat hard van stapel en zijn obligaties voor u nog een onbekende. Daarom een korte uitleg van deze “klassieker” in de beleggingswereld. Een obligatie is een schuldbewijs dat de lener van geld (de uitgevende instelling) geeft aan de uitlener van geld (degene die de obligatie koopt). Die laatste krijgt voor het uitlenen van geld in de meeste gevallen een jaarlijkse vergoeding, de couponrente. Is die 5%, dan ontvangt hij op een obligatie van € 1.000 dus jaarlijks € 50 aan rente. Aan het einde van de looptijd krijgt hij de nominale waarde terugbetaald (hier € 1.000).
Bij dit laatste speelt de betrouwbaarheid van de uitgevende partij die het geld leent natuurlijk een belangrijke rol. Daarmee komen we weer terug bij het debiteurenrisico. Hoe betrouwbaar is de uitgevende partij, hoe zeker is het dat u uw geld aan het einde van de rit terugkrijgt? Rating agents zoals Standard & Poor’s (S&P), Moody’s of Fitch geven een waardering over de uitgever van de obligatie. De beste rating van het bekende S&P is AAA. Heeft een uitgevende partij die rating, dan is de uiteindelijke terugbetaling het meest zeker. Omdat men een dergelijke investering als erg veilig ziet, krijgt de koper van het schuldbewijs een lagere rentevergoeding. Omgekeerd, hoe lager de rating, en hoe hoger dus het risico, des te hoger de rentevergoeding. De slechtste rating is D.
De looptijd van een obligatie is een andere belangrijke factor bij de koersvorming van obligaties. Hoe langer de looptijd, hoe hoger de rente. Op de looptijd en andere aspecten, zoals het berekenen van het rendement van obligaties, gaan we in een toekomstige blog nader in. Wilt u nu al meer weten over obligaties? Bekijk dan het webinar over obligaties.
We kunnen stellen dat de kenmerken van obligaties voor veel beleggers voordelen kunnen bieden en deze klassieker daarom zo’n populair beleggingsinstrument is. De ene groep beleggers gebruikt obligaties voor een ‘zekere’ rentevergoeding en een stuk rust in de portefeuille, de andere groep is juist uit op koerswinst.