Interview Willem Landman (HvH)
Er moet een systeem komen om beleggers beter te informeren en ze meer bescherming te bieden tegen zichzelf. Dat is het doel van een onderzoek dat Willem Landman dit jaar houdt onder 1000 particuliere beleggers. Landman is aan de Hogeschool van Amsterdam verantwoordelijk voor beleggingsonderwijs en geeft zelf het vak Beleggingsadvies en Beheer. Beleggersgedrag is het onderwerp waarop Landman in de komende jaren hoopt te promoveren.
Verleden jaar deed Willem Landman met professor Jaap Koelewijn van Universiteit Nijenrode een onderzoek onder de leden van de Vereniging van Effectenbezitters. Het ging over risicoperceptie bij beleggers. Dat onderzoek leerde dat de meeste beleggers een onjuist beeld van zichzelf hebben, vooral waar het gaat om het dragen van verantwoordelijkheid voor eigen beleggingsbeslissingen. In het onderzoek dat nu op stapel staat onderzoekt en analyseert Landman hoe beleggers zich gedragen en hoe de uitkomsten zich verhouden tot de gangbare theorieën.
Drie B’s
Het onderzoek is gebaseerd op drie B’s: bekendheid, bewustzijn en bereidheid. Landman: “Bekendheid met beleggingsproducten is van groot belang voor het nemen van goede beleggingsbeslissingen Ik weet niet of het met elkaar te maken heeft, maar in 1987 kwam de film "Wallstreet" uit met Gordon Gekko, een ‘corporate raider’ die leefde volgens het motto: hebzucht is goed. Vanaf dat moment zie je een toename van het aantal particuliere beleggers. Volgens de meest recente cijfers van Millward Brown zijn er nu 970.000 gezinnen die op enigerlei wijze beleggen. In de naoorlogse situatie waren beleggers brave huisvaders die wat aandeeltjes Shell hadden als een soort weduwen- en wezenfonds. Gingen ze dood dan lagen die aandelen daar als appeltje voor de dorst. Het aantal beleggers steeg eind jaren tachtig enorm, met de campinghausse in 1997 als historisch hoogtepunt. Helaas betreden veel mensen niet goed voorbereid de markt. Ze kennen de risico’s niet en weten weinig van de eigenschappen van de verschillende producten.”
Kun je met kennis alle fouten voorkomen?
“De Nederlandse Bank heeft een onderzoek gedaan waaruit blijkt dat mannen veel meer van beleggen afweten dan vrouwen. Bij een test had 35% van de mannen alle vragen goed en slechts 8% van de vrouwen. Uit hetzelfde onderzoek kwam naar voren dat vrouwen veel betere beleggers zijn. Je bent dus geneigd te zeggen, kennis is geen garantie voor beter beleggen. Dat is niet juist. Kennis is belangrijk, maar andere factoren spelen ook een rol.”
De bewustheid en de bereidheid?
“Ja, en hier blijkt ook wel een beetje waarom vrouwen het beter doen. Eerlijk zijn tegen jezelf als het gaat om vragen als: wat voor belegger ben ik en welke risico’s vind ik aanvaardbaar? Mannen hebben nog wel eens de neiging hier stoer te doen. Maar er speelt nog iets anders een rol en daar kunnen de beleggers niets aan doen. Vanuit de Europese beleggingsrichtlijn Mifid, die van kracht werd op 1 november 2007, moeten banken beleggers vragen naar hun risicoperceptie. In de praktijk wordt een en dezelfde belegger met verschillende vragenlijsten van verschillende banken geconfronteerd en dat levert bij dezelfde belegger totaal verschillende beleggingsprofielen op. Bij de ene bank is mijnheer A een offensieve belegger en bij de andere bank een defensieve. Het gaat nog verder, want zelfs al vinden verschillende banken dat je een offensieve belegger bent, dan kunnen daar nog heel verschillende adviezen op worden gegeven.”
Bereidheid
“ De derde B staat voor bereidheid. Als je bereid bent risico te aanvaarden, dan moet de mate van risico wel eenduidig zijn. Het is dus belangrijk dat we een eenduidig waarschuwingssysteem gaan hanteren.”
Uw onderzoek moet duidelijk maken hoe beleggers omgaan met informatie. Ik vrees dat de uitkomst niet al te positief zal zijn.
“De opzet is: beleggers krijgen informatie aangeleverd, vervolgens moeten ze een keuze maken en daarna dienen ze die keuze te verantwoorden. Hoe we dit precies doen kan ik nog niet zeggen, want daarmee geven we ons onderzoek weg. Wel is het zo dat we politiek correcte antwoorden moeten uitfilteren. Iemand die in de problemen komt zal niet snel toegeven dat het zijn eigen schuld is, omdat hij de informatie niet goed heeft gelezen. Een derde van de beleggers beweert dat ze altijd de hele financiële bijsluiter lezen. Nou, ik ben nog nooit een belegger tegengekomen die zelfs maar een derde van de financiële bijsluiter leest. In het onderzoek zijn vragen ingebouwd om dit soort onzuiverheden boven water te krijgen.”
Stel dat blijkt dat beleggers de meeste informatie ongebruikt laten liggen. Wat dan?
“Wat ik zou willen is dat dit onderzoek bij de banken de aanzet geeft tot het niet langer hanteren van verschillende vragenlijsten op het gebied van risico en kennis van het beleggen. Ik heb heel wat beleggingsbankiers gesproken en die voelden wel iets voor het idee van een financieel rijbewijs. Je zou voor iedereen die belastingaangifte doet in box 3 een vragenlijst beschikbaar moeten stellen over kennis, risicohouding en bewustzijn. Als je dat voor jezelf invult weet je wat voor soort belegger je bent. Een uniforme vragenlijst voor iedereen waarover goed is nagedacht en die ieder jaar wordt geactualiseerd. Dat zou ideaal zijn”
Vijf typen beleggers
“De volgende stap is dat je de uitkomst van de vragenlijst relateert aan vijf typen beleggers: de A-belegger tot en met de E-belegger. De A-belegger is uitermate risicomijdend en de E-belegger is volledig het tegenovergestelde; die zoekt juist het risico. De drie waarden daar tussenin - B, C, en D - zijn gradaties tussen de uitersten. Op deze typen beleggers kun je producten laten aansluiten met eveneens een A tot en met E gradatie. Beleggers kunnen dan in een oogopslag zien of een product voor hen geschikt is, zonder dat ze de hele financiële bijsluiter moeten doorworstelen. Dat doen ze toch niet. Kom je na het invullen van de vragenlijst tot de conclusie dat je een B-belegger bent, dan weet je: alle producten die vallen onder B en ook de producten uit de A categorie zijn voor mij geschikt. Je moet een koppeling aanbrengen tussen de houding van de consument en het product. Daarom is in het onderzoek de derde B van bereidheid ook zo belangrijk. Als je een goed en uniform systeem hebt van risicowaarschuwing, ben je dan bereid jezelf daaraan te houden”
In welke fase bevindt zich nu het onderzoek?
“We hebben de testfase afgerond met 100 respondenten. Uit de test bleek dat het onderzoek nog wat fouten te bevatte. Die halen we er nu uit. Daarna begint na de zomer het echte onderzoek met 1000 beleggers variërend in leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en ervaringsniveau. Gegadigden kunnen zich nog de hele zomer aanmelden. De uitkomst van het onderzoek verwacht ik eind 2010.”