Interview George Möller
"Medisch studenten worden opgeleid in het vak ethiek. Dat helpt hen later, als ze arts zijn, bij het maken van keuzes tussen goed en kwaad. In de financiële wereld ontbreekt een dergelijke opleiding. Uit die gedachte is de Comenius Leergang opgezet, een postdoctorale studie van de Economische Faculteit in Groningen, voor mensen die werken in de financiële sector. Dezelfde faculteit stelt ook een hoogleraar financiële ethiek aan. Dat is Boudewijn de Bruin, van huis uit ethicus. Hij promoveerde in Amsterdam op een proefschrift over het gebruik van de wiskundige speltheorie in de sociale wetenschappen. Ethiek kun je je nu eigen maken tijdens je studie Economie of daarna, in het postdoctorale traject. De bedoeling is de ethiek terug te brengen in het economisch denken en in de economische theorievorming."
Dit zegt drs. George Möller. Hij was onder meer directievoorzitter van Amsterdam Exchanges, bestuurslid van Euronext, oprichter van DSI en CEO bij Robeco. George Möller is nu vakcoördinator van de Comenius Leergang Financial Ethics, voorzitter van de Raad van Toezicht van de AFM en bestuurslid van de beurs in Dubai.
Is deze nieuwe leergang een reactie op de crisis die de financiële wereld nu al enkele jaren bezig houdt?
"Ja, in die zin dat we toe willen naar een hergebruik van het gezond verstand. De economische wetenschap komt voort uit de moraalwetenschappen. Een oordeel over goed of slecht was in het vak inbegrepen. Adam Smith, econoom en filosoof, verdedigde de vrije economie en ging er daarbij vanuit dat de mensen waardig handelen. Hij stelde dat iedereen weliswaar zijn eigen belang nastreeft, maar daarmee tevens de welvaart voor de hele gemeenschap verhoogt volgens het principe: "Rising tides lifts all boats". Voor het gedrag van mensen maakte hij een hiërarchisch stelsel van deugden."
Exacte wetenschap
"In de loop van de 19e eeuw werd de economie steeds meer een exacte wetenschap en raakte het vak los uit de moraalwetenschap. De wiskunde deed zijn intrede; het menselijk handelen werd gereduceerd tot onderdeel van wiskundige modellen. Paul Samuelson, een icoon binnen deze denkwijze, ging zover dat hij zich baseerde op de gedragingen van deeltjes in vloeistoffen en gassen. Hij gebruikte hiervoor een model dat de Schotse botanist Robert Brown had ontwikkeld. Samuelson stelde: als de aandelenmarkten perfect zijn geïnformeerd, waarom zouden de koersen zich dan niet net zo gedragen als de deeltjes in de studie van Brown? Tussen 1960 en 2008 werd de theorievorming en de bouw van modellen volgens dit concept verder verfijnd en geoptimaliseerd. Het gedrag van mensen zag men als normgedrag."
Totdat bleek dat mensen ook in paniek kunnen raken en dan heel irrationeel handelen.
"De modellen konden niet ontkennen dat mensen individueel irrationeel bezig zijn. Maar men ging ervan uit dat als iemand een heel eind de ene kant op ging, een ander wel een stuk de andere kant op zou gaan. Anders gezegd: men ging ervan uit dat abnormaal gedrag normaal was verdeeld. Als groep mensen kom je dan toch ergens op een gemiddeld (normaal) gedrag uit. Wiskundige modellen werden algemeen toepasbaar geacht. Langzaamaan bleek dat niet zo te zijn."
Waarschuwingen
"De eerste waarschuwingen dat modellen niet heilig waren, kwamen in de vorm van de zware correctie op de aandelenmarkten in 1987 en de ondergang van het hedge fund Long Term Capital Management in 1998. In het bestuur van dat fonds zaten nota bene mensen die een Nobelprijs voor het ontwikkelen van modellen hadden gekregen. In 2008 begon de kredietcrisis, er ontstond paniek en op zo'n moment zie je mensen allemaal hetzelfde verkeerd doen. Als iedereen verkoopt is er geen koper meer en verdwijnt de liquiditeit uit de markten. De grote fout is dat we de kapitaaleisen van financiële instellingen hebben gebaseerd op modellen die doen alsof paniek niet bestaat. Tegelijkertijd waardeerden we onze financiële activa op een marktwaarde die het resultaat was van die paniek. De conclusie is dat we weer een waarde moeten toekennen aan het echte gedrag van mensen. Dat heeft grote gevolgen voor het economisch denken. Helemaal nieuw is dit niet. De econoom John Maynard Keynes had het al over dierlijke instincten die bezit nemen van mensen bij economische beslissingen."
Een deel van de paniek kwam voort uit onwetendheid bij het grote publiek, gekoppeld aan hebzucht. Nu wordt als stelregel gehanteerd voor verkopers van financiële producten: verkoop het alleen als je het ook aan je broer of aan je buurvrouw zou verkopen. Is dat een idee?
"Die vraagt richt zich erop dat je jezelf moet kunnen verdedigen. Gaat het fout, dan moet je kunnen uitleggen waarom dat zo is. De vraag impliceert ook dat je niet kunt weglopen van je verantwoordelijkheid. Het begint met eerlijke en transparante communicatie over alle relevante kenmerken van het product. Er moet een realistische voorstelling worden gegeven van het risico. Heel veel producten worden anoniem verkocht en de verkoper voelt geen verantwoordelijkheid meer na het verkoopmoment. Het antwoord op de vraag is dus ja. Het geeft aan dat je eerlijk moet zijn, in de wetenschap dat je door de klanten erop kunt worden afgerekend."
Moraal
"Je hebt producten met een looptijd van tien jaar. Loopt het de eerste twee jaar wat minder, dan is de verwachting dat het wel weer bijtrekt. Dat beloven de modellen immers. Gebeurt dat niet, dan ontstaat een probleem. Maar in veel gevallen heeft de verkoper na tien jaar een andere baan en voelt hij zich niet meer verantwoordelijk voor het natraject en ook niet voor de na-effecten. Dit raakt direct aan moraal, een belangrijke peiler bij ethisch denken en handelen. Het gaat om een bewuste oriëntatie op de lange termijn en wat op lange termijn houdbaar is. Kortetermijnsuccessen als het verkopen van een product wegen niet op tegen de ellende die op langere termijn kan ontstaan als het product flopt."
De rol van de verkoper is duidelijk. Maar waar blijft de eigen verantwoordelijkheid van de consument?
"Je mag mensen hun verantwoordelijkheid niet ontnemen. Maar veel producten zijn nu zo gecompliceerd dat mensen moeilijk inhoud kunnen geven aan die verantwoordelijkheid zonder de hulp van adviseurs. Als aanbieder krijg je een steeds zwaardere zorgplicht, zeker bij moeilijke producten. Mensen zijn gretig, ze willen graag rendement en de risico's worden dan weggeredeneerd. Hier komen de dierlijke instincten die Keynes beschrijft als "animal spirit" om de hoek kijken. Mensen reageren irrationeel. Bij een hoog rendement hoort een hoog risico, iedereen weet het. Het hogere rendement is zichtbaar door een hoger rentepercentage, maar het hogere risico is in zekere zin onzichtbaar. Te vaak wordt een verkeerde afweging gemaakt ten gunste van een visuele hoge rente als men belegt, of een lage rente als men leent. In deze afwegingen negeert men het onzichtbare bijbehorende risico. Het is de bestaansreden voor de zogenaamde "Carry Trades" die mondiaal grote omvang hebben aangenomen. Polen, Hongaren en IJslanders lenen voor hun hypotheken in euro's of Zwitserse franken. Ze willen allemaal die heel lage rente. Als de valuta van het land waarin zij wonen sterk devalueert, manifesteert zich een systeemrisico. Wordt het risico opeens zichtbaar, dan gaat volgens de theorie van Keynes het negeren van risico over in een tegenovergestelde reactie. De mensen raken massaal in paniek en de liquiditeit in de markt droogt op. Het zit in de mens om gretig te zijn en in die gretigheid is men bereid om de risico's te negeren."
Kan DSI helpen om de ethiek te bevorderen?
"DSI is opgericht om de bedrijfstak schoon te houden, door mensen die systematisch niet goed functioneren te identificeren en daarmee de rotte appels uit de mand te halen. DSI bemoeit zich minder met kwaliteit van producten. Komen er klachten, dan bekijken ze hoe slecht iemand bezig is geweest. Beleggers worden gewaarschuwd, want iemand die werkzaam is in de financiële sector en die systematisch ondeskundig heeft gehandeld, kan met naam en toenaam op de DSI-website komen. In de praktijk komt dit dicht bij een Berufsverbot. Had je vroeger misgekleund, dan verdween je een jaartje naar Nieuw Zeeland en als je zonden waren vergeten kwam je terug en kon het feest opnieuw beginnen. Nu sta je op die site en kun je het in de financiële sector verder eigenlijk wel vergeten. Dat is goed. Je moet mensen die notoir je sector is diskrediet brengen kunnen zuiveren."
DSI houdt zich bezig met de mensen, maar wat nu als een product niet deugt?
"Dat is het probleem van de onderneming. Die is op corporate niveau verantwoordelijk voor de producten die worden gemaakt. Maar daaraan is onmiddellijk de volgende vraag gekoppeld: aan wie verkopen we het en met welk verhaal erbij? Op zich zijn de meeste producten best goed. Alleen worden ze op de verkeerde manier verkocht of men gaat op zoek naar meer rendement. In dat laatste geval kopen mensen bijvoorbeeld een product met bijbehorende financiering. Het product wordt dan geleveraged. Als er toch een financiering is, besluiten ze meteen maar nog meer van het product aan te schaffen. De verkoper wil wel. Daar komt het merendeel van de ellende uit voort."
Waardevermeerderend effect
"Ethiek heeft te maken met keuzes die je maakt in de bedrijfsvoering. Wij willen de klant centraal zetten, roept men vaak, maar wat betekent dat? Niet dat je hem uitnodigt voor een voetbalwedstrijd, of dat je weet wanneer hij jarig is, of dat je hem een goede vakantie wenst. De kern is: als je met een klant een transactie doet en die transactie heeft een waardevermeerderend effect, hoeveel daarvan komt dan bij de klant te liggen en hoeveel bij jou? Is het waardevermeerderend effect 100, dan kun je ieder 50 krijgen. Maar kijk je naar de DSB Bank, dan was daar het effect voor de verkoper plus 200 en voor de klant min 100. Je moet continu afwegen: wat zijn jouw belangen en wat zijn de belangen van de klant. Dat is een proces dat iedere ondernemer voor zichzelf moet voeren. Je moet er volstrekt van overtuigd zijn dat er voor de klant een waardevermeerderend element in zit. Anders mag je zo'n transactie niet doen. Dat zijn ethische overwegingen."
We hebben het tot nu toe over moraal en normen die je als aanbieder jezelf oplegt. Heeft het daarnaast zin de wet aan te scherpen?
"Mijn slogan is: meer toezicht, maar minder regels. Ga je het traject in van wetgeving, dan sluit je een aantal mazen voor toekomstig misbruik. Tegelijkertijd is het zo, dat zolang er regels zijn, men mogelijkheden ontdekt om er omheen te gaan. Daarom is het belangrijk dat het ethisch handelen vanuit jezelf komt. Partijen moeten met principes werken, voortdurend bij zichzelf te rade gaan of ze iets wel doen of niet. Daarmee ben ik terug bij de vraag of je iets ook zou verkopen als de tegenpartij je broer of je buurvrouw is. Regels kunnen helpen, maar het gaat in de eerste plaats om eigen oordeelsvorming en dat is het gebruik van je eigen geweten."
Steeds vaker staan beleggers stil bij de bedrijven waarin ze wel of niet willen beleggen.
Duurzaamheid is tegenwoordig een belangrijke graadmeter. Is dat ook een onderdeel van ethiek?
"Ja, dat is de ethiek van de particuliere belegger. Die is strikt persoonlijk. Ik zou niet willen beleggen in een bedrijf waar dingen gebeuren waar ik het helemaal niet mee eens ben. Het is een moeilijke discussie. Denk bijvoorbeeld eens aan buitenlandse staatsobligaties. Weet je echt zeker dat het land waarvan je die obligaties koopt geen staatsbedrijven heeft die dingen doen waarvan wij vinden dat die niet mogen? De vraag is dus: hoever ga je hiermee? Bij je beoordelen van je eigen beleggingen zou het een rol moeten spelen. Bij pensioenfondsen vind ik het al moeilijker. Die hebben de opdracht maximaal rendement te behalen om de dekkingsgraad omhoog te krikken. Ik begrijp dat mensen het niet leuk vinden als een pensioenfonds belegt in een zaak waar ze niet gelukkig mee zijn. Tegelijkertijd zullen pensioengerechtigden niet juichen als ze wordt gevraagd met minder rendement genoegen te nemen."