Dividend

Dividend als symbolisch en psychologisch verschijnsel

Al geruime tijd zijn er twee redenen om in aandelen te beleggen: koerswinst maken en dividend ontvangen. Ze strijden bij beleggers geregeld om de eerste plaats. In de jaren negentig, toen koerswinst vanzelfsprekend leek, werd op dividend een beetje neergekeken. Veel beleggers die zich voor het eerst op de beurs waagden wisten niet eens precies wat het was. Af en toe een onverwachts extraatje waarover je belasting moest betalen, meer niet. Vergeleken met de koerswinsten, kon het dividend inderdaad als een bijverdienste worden beschouwd.

Dividend, hoe bescheiden ook, bezit echter een paar belangrijke kwaliteiten waarover koerswinst niet beschikt. Eén ervan is gemak. Dividend wordt automatisch op de rekening bijgeschreven­­1, er is geen beslissing of actie van de belegger voor nodig. Koerswinst daarentegen moet altijd worden ‘gerealiseerd’, ofwel verzilverd. Er is een handeling vereist – het verkopen van de aandelen - om ‘papieren’ winst om te zetten in concrete opbrengst, anders kan die winst net zo gemakkelijk weer vervliegen. Die handeling lijkt een kleinigheid (een seintje aan de bank of broker, meer niet), maar is in werkelijkheid een van de moeilijkste aspecten van het beleggen. Op het ideale moment van verkoop rinkelt er tenslotte geen bel op de beursvloer. In de beleving van veel beleggers stijgen de koersen juist nadat zij hun aandelen hebben verkocht, en dalen ze wanneer ze hun aandelen vasthouden. Ziedaar de oorzaak van hun twijfel. Daarom ook dat beleggers soms met open ogen aanzienlijke koerswinsten laten verdampen. De dividenduitkeringen die ze hebben ontvangen kunnen hun echter niet meer worden afgenomen.

Ontstaan van dividend als winstdeling

In dividend zit het Engelse woord ‘divide’, ofwel verdelen. Het is het deel van de ondernemingswinst dat wordt verdeeld over de aandeelhouders. Dividend bestond al in het begin van de aandelenhandel; de VOC begon in 1610, enkele jaren na haar oprichting, dividend uit te keren. Waarschijnlijk was het een overblijfsel van de periode daarvoor, toen voor elk schip dat naar overzeese gebieden uitvoer apart werd gezocht naar geldschieters. In ruil voor een gedeelte van de opbrengst deelden die mee in de risico’s van de tocht. Wie mee wilde doen kon ‘parten’ (deelnemersbewijzen) kopen. Een reder schreef ‘parten’ uit omdat hij het verlies van een schip, mocht dit onderweg vergaan, niet gemakkelijk alleen zou kunnen dragen, en hij bang was dan bankroet te gaan. Voor het voorkomen van een faillissement had een rederij graag een deel van de winst over; en deze vorm van kapitaal vragen had daardoor meer raakvlakken met het huidige verzekeringswezen dan met aandelenhandel.

1 We praten hier over contant dividend en laten stockdividend (dividend in extra aandelen) buiten beschouwing