Beurstrommelen 2012

Beurstrommelen 2012 - Trommels Beurstrommelen 2012 - Trommels uitdelen
Beurstrommelen 2012 - Optocht Beurstrommelen 2012 - De Gong

De Beurstrommeldag is een jaarlijkse gebeurtenis. Tijdens deze dag wordt herdacht dat tijdens de Tachtigjarige Oorlog een weesjongen wist te voorkomen dat het Amsterdamse beursgebouw vernietigd werd door de Spanjaarden. Als dank mochten weeskinderen een dag per jaar in het beursgebouw trommelen. Met de jaarlijkse trommeldag herleeft een eeuwenoude traditie van de Amsterdamse beurs.

Frans van Houten, CEO Philips en Sylvester Eijffinger, hoogleraar financiële economie openen Beurstrommeldag 2012 met een slag op de gong.

Frans van Houten en Sylvester Eijffinger worden vergezeld door ruim honderd kinderen van diverse Amsterdamse scholen die in een stoet, al trommelend, over de beurs lopen.

Beurstrommelseminar

Aansluitend op de opening spraken Van Houten en Eijffinger op het 'Beurstrommelseminar'. Met het seminar wordt inhoudelijk ‘getrommeld’ - aandacht gevraagd - door de keynote sprekers over thema’s die belangrijk zijn, of kunnen worden, voor de Nederlandse (economische) samenleving. Key-note speakers van eerdere edities waren Z.K.H. prins Willem Alexander, Alexander Rinnooy Kan, Maxime Verhagen, Jeroen van der Veer, Ben Verwaayen, Dick Sluimers, Feike Sijbesma en Hans Wijers.

Een sfeerimpressie van de Beurstrommeldag 2012

De Beurstrommeldag is een jaarlijkse gebeurtenis. Tijdens deze dag wordt herdacht dat tijdens de Tachtigjarige Oorlog een weesjongen wist te voorkomen dat het Amsterdamse beursgebouw vernietigd werd door de Spanjaarden. Als dank mochten weeskinderen een dag per jaar in het beursgebouw trommelen. Met de jaarlijkse trommeldag herleeft een eeuwenoude traditie van de Amsterdamse beurs.

Investeren in innovatie was het centrale thema tijdens de Beurstrommeldag 2012

Ondanks de huidige economische crisis moeten we blijven investeren en ondernemen om ons concurrentievermogen en onze economische activiteit te verhogen. Dit betoogde Frans van Houten, CEO van Philips, tijdens het seminar van de Euronext Beurstrommeldag op 1 november. De tweede spreker op het seminar was Prof dr. Sylvester C.W. Eijffinger van Tilburg University, die het had over Nederland als kenniseconomie en dan vooral over wat er is gedaan met de adviezen die de Raad van Economisch Adviseurs in 2005 uitbracht. Als mediator tijdens de discussie fungeerde Jeroen Smit, hoogleraar journalistiek in Groningen en auteur van onder meer De Prooi, de veelbesproken bestseller over ABN AMRO.

Spaanse bom
Zoals gastheer Cees Vermaas, CEO van NYSE Euronext Amsterdam aangaf bij het begin van de bijeenkomst, is Beurstrommeldag een Amsterdamse traditie waarvan de oorsprong teruggaat tot de Tachtigjarige Oorlog. Na het Twaalfjarig Bestand wilden de Spanjaarden een overwinning forceren door het hart van de Nederlandse economie lam te leggen. Ze plaatsten een bom onder de beurs en dit werd opgemerkt door een weesjongen. Deze sloeg onmiddellijk alarm. Als dank mocht de jeugdige held een wens doen en dat was trommelen in het beursgebouw, want daar galmde het zo lekker. Sinds 1622 is trommelen op de beurs een traditie die - soms met enkele jaren onderbreking - steeds in stand is gehouden. Ook nu, 410 jaar later, werd Beurstrommeldag ingeluid door Amsterdamse schoolkinderen die in de Grote Beurszaal voor een oorverdovend spektakel zorgden. Het luiden van de gong door Van Houten en Eijffinger werd begeleid door tientallen fanatieke trommelaars.

Kennis en ondernemerschap
Toen de rust was weergekeerd en het seminar een aanvang had genomen refereerde Frans van Houten aan het Amsterdam van vier eeuwen geleden. Hij zei dat de Amsterdamse beurs toen een belangrijke innovatie was omdat hiermee kapitaal kon worden opgehaald om de handel te stimuleren. Maar in 2012 is Nederland al lang niet meer het belangrijkste handelscentrum ter wereld. Op kosten concurreren lukt niet meer en het aardgas raakt op. “Kennis en ondernemerschap zijn straks de enige grondstoffen die we nog hebben”, aldus Van Houten. Om de welvaart op peil te houden moeten we volgens de spreker in sneller tempo nieuwe hoogwaardige producten ontwikkelen en slimme oplossingen bedenken voor maatschappelijke trends als vergrijzing en duurzaamheid.

Structurele verhoging
Van Houten betwijfelde of Nederland in de Gouden Eeuw al een topsectorenbeleid kende. In onze tijd is dit een instrument waarmee we het geld voor innovatie effectief kunnen besteden en het midden- en kleinbedrijf effectiever bij innovatie kunnen betrekken. Zorgelijk noemde hij het dat per jaar ruim een half miljard euro minder beschikbaar komt voor fundamenteel onderzoek. Als we niet oppassen, zo waarschuwde Van Houten, dat droogt de pijplijn van nieuwe uitvingen op en vertrekken getalenteerde onderzoekers naar het buitenland. Nederland geeft op het ogenblik toch al te weinig uit aan innovatie. Ons land spendeert ongeveer 1,8 procent van het bruto binnenlands product aan research en development. Dit is lager dan het EU gemiddelde en zit ver onder de Europese doelstelling van 3 procent. Slechts negen bedrijven nemen de helft van de landelijke research en development voor hun rekening; het midden en kleinbedrijf besteedt hieraan in het algemeen veel te weinig. “We moeten daarom ernstig overwegen de uitgaven voor research and development structureel te verhogen”, aldus Van Houten. De Nederlandse overheid kan innovatie een handje helpen door jongeren te stimuleren een technische opleiding te volgen en ervoor te zorgen dat die opleidingen relevant zijn voor de arbeidsmarkt.

Inkoop
Ook wat betreft inkoop ligt er een taak voor de overheid. “Hoe moet de nieuwe minister van handel straks aan buitenlandse collega’s uitleggen dat onze bedrijven zoveel mooie innovatieve producten maken, als de Nederlandse overheid daar bijna niets van afneemt?” zo vroeg Van Houten zich af. In Amerika komt 80 procent van de innovatie op het gebied van defensie, energie en gezondheidszorg voort uit onderzoeksprogramma’s van de overheid. Als de overheid aangeeft waar ze de komende jaren heen wil met gezondheidszorg, energie, milieu, vervoer en infrastructuur, dan kunnen bedrijven doelgericht aan innovatie doen. Van Houten gaf voorbeelden waaruit blijkt hoe innovatieve oplossingen het leven van velen kunnen veraangenamen. Een nieuwe behandeling tegen borstkanker werkt met ultrasound techniek. Hiermee kunnen tumoren worden vernietigd zonder in de patiënt te hoeven snijden. En ’s nachts verlichting uitdoen op de snelwegen, zoals Rijkswaterstaat ondanks bepleitte om lichtvervuiling tegen te gaan en om te bezuinigen, is helemaal niet nodig als men LED verlichting gebruikt. Die verlichting reageert op de verkeersdrukte en bespaart 50 tot 80 procent energie. Investeren in innovatie betekent volgens Van Houten dat welzijn en welvaart behouden blijven voor onszelf en voor komende generaties.

Eijffinger
Al in 2005 bracht de Raad van Economisch Adviseurs aan de Tweede Kamer een advies uit over innovatie en economische groei. De aanleiding was dat technische vooruitgang te weinig bijdroeg aan economische groei in Nederland. Prof. Sylvester Eijffinger evalueerde tijdens het seminar op de Beurstrommeldag wat met deze aanbevelingen is gedaan. In totaal ging het om drie hoofdpunten. De eerste aanbeveling was dat innovatiebeleid en mededingingsbeleid hand in hand moeten gaan. Dit is de basis van een open ondernemerscultuur waarin geen plaats is tussen insiders en outsiders; alle deelnemers in de markt moeten worden uitgedaagd, in alle markten moet concurrentie mogelijk gemaakt worden. In deze visie zijn innovatieve uitdagers de toekomst van Nederland. Volgens Eijffinger blijkt nu, zeven jaar later, dat ondernemers nog niet massaal investeren in het opzetten van een eigen bedrijf. Het definiëren van topsectoren steunt vooral de gevestigde orde en niet de uitdagers. “Het is niet aan de overheid om te bepalen welke sector moet groeien; de marktwerking moet tot investeringen leiden”, zo stelde Eijffinger.

Regels en subsidies
De tweede conclusie van de Raad in 2005 was dat regels en subsidies die technische vooruitgang hinderen, moeten worden geschrapt. Door het terugdringen van bureaucratie op de arbeidsmarkt, de kapitaalmarkt, de onderwijsmarkt en de technologiemarkt worden deze markten meer concurrerend. Regels die transactiekosten verhogen en privaat initiatief ontmoedigen hebben geen bestaansrecht. Eijffinger stelde vast dat in 2012 ondernemerschap nog steeds wordt belemmerd door bureaucratie en starre regelgeving op de arbeidsmarkt. Ook zijn de lonen nog te hoog ten opzichte van de productiviteit. Om de Nederlandse werknemer concurrerend te houden is versoepeling op de arbeidsmarkt noodzakelijk.

Koplopers
Een derde punt dat door de Raad naar voren werd gebracht, is dat meer moet worden geïnvesteerd in onderwijs, onderzoek en ontwikkeling. Nederland moet koplopers binnenhalen door middel van een drastische verhoging van publieke en private investeringen in deze drie gebieden. De middelen hiervoor kunnen worden vrijgemaakt door een grondige herziening van subsidieregelingen. Meer terughoudendheid is geboden bij massale publieke investeringen in infrastructuur, zoals de Betuwelijn, de Noord-Zuidlijn en de HSL. Deze projecten zullen zonder private bemoeienis vermoedelijk niet renderen, zo voorspelden de economen in 2005. Terugkijkend op de laatste zeven jaar stelde Eijffinger vast dat weliswaar meer is geïnvesteerd in kennis, maar dat dit voornamelijk ICT betreft. Onderwijs, onderzoek en ontwikkeling blijven achter, vooral als je het vergelijkt met de situatie in de Verenigde Staten en Scandinavië. Maatregelen tijdens het kabinet Rutte-1 om te snijden in wetenschappelijk onderwijs en onderzoek maakten de situatie er niet beter op. Eijffinger zei te vrezen voor de bezuinigingen van het kabinet Rutte-2.

Volgens Eijffinger was Nederland in de tijd dat de Spanjaarden de Amsterdamse beurs wilden opblazen een handelsnatie waarin ondernemers zich weinig gelegen lieten liggen aan de grenzen van de wereld. In onze huidige tijd is het belangrijk dat publieke en private investeringen in hoger onderwijs, onderzoek en ontwikkeling drastisch omhoog gaan om de Nederlandse kenniseconomie te versterken en veilig te stellen. Hij eindigde met een citaat uit het boek Through the Looking Glass van Lewis Carroll: “it takes all the running you can do, to keep in the same place. If you want to get somewhere, you must run at least twice as fast as that.”

Stellingen
Na de twee inleidingen konden de aanwezigen zich uitspreken over drie stellingen. De eerste daarvan luidde: Het nieuwe kabinet is goed voor het herstel van vertrouwen. De aanwezigen waren geneigd het hiermee eens te zijn. Het feit dat knopen worden doorgehakt schept duidelijkheid en uiteindelijk is dat gunstig voor het herstel van vertrouwen. Volgens Frans van Houten moet duidelijk worden gesteld waar we naartoe willen om Nederland weer concurrerend te maken.

De tweede stelling maakte meer discussie los. Deze luidde: De beurs moet zich veel nadrukkelijker ontfermen over het financieringsstelsel. Op zich was men geneigd deze stelling te onderschrijven, maar je hebt wel investeerders nodig. Grote partijen zijn niet geïnteresseerd in kleine ondernemingen. Een oplossing zou kunnen zijn dat banken particulieren faciliteren om te investeren in kleinere ondernemingen. In plaats van in beleggingsfondsen zouden particulieren meer in bedrijven moeten kunnen investeren. Cees Vermaas waarschuwde dat we in Nederland niet te veel moeten veramerikaniseren. In de Verenigde Staten is men uitsluitend gericht op winnaars. Zo’n insteek gaat ten koste van het midden- en kleinbedrijf. Arnoud Boot, hoogleraar bedrijfsfinanciering aan de Universiteit van Amsterdam, zag wel iets in een informele markt voor grote minderheidsaandeelhouders. Hij wees erop dat in het verleden veel ondernemingen op weg zijn geholpen met behulp van participatiemaatschappijen. Er zou opnieuw een mogelijkheid moeten komen dat grote partijen investeren in kleine of startende ondernemingen, zonder dat dit ontaardt in ‘fiscale spielerei’.

Trouw
De laatste stelling betrof het effect van beloftes die beursgenoteerde ondernemingen doen bij de presentatie van hun cijfers. Jeroen van der Veer, voormalig CEO van Shell, zei dat er een rechtmatigheid bestaat. Doe je veel beloftes over winst en omzet dan trek je handelaren aan. Concentreer je je op visie, op de research waarmee je bezig bent en op datgene wat je hebt bereikt, dan houd je de zittende aandeelhouders binnen boord. Peter Paul de Vries, nu CEO van investeringsmaatschappij Value8, maar daarvoor directeur van de Vereniging van Effectenbezitters: “Een aandeelhouder wil graag trouw zijn. Aan jou als beursgenoteerde onderneming dus de taak om te laten zien dat je die trouw verdient.”